Het is belangrijk om een aantal zaken eerst te bekijken alvorens we dit kunnen beantwoorden.
A) De basis is dat de Aarde rein is en dat je ook overal zou kunnen bidden. De reinheid ervan, als oordeel zijnde, vervalt alleen wanneer je zekerheid heb dat er iets onreins aanwezig is. Zekerheid is hier een belangrijk woord, omdat het niet het oordeel van ‘onrein’ kan krijgen op basis van waarschijnlijkheden of twijfel.
B) We kunnen niet op basis van onze eigen bevindingen en ervaringen oordelen trekken welke in het algemeen of op meerdere zaken betrekking hebben. In dit geval specifiek, zou het volgens mij een denkfout zijn. Het klopt dat er veel wildplassers zijn of andere personen welke de openbare ruimte vervuilen, echter kunnen we hier geen algemene oordeel uithalen en dat op elke locatie in de buitenlucht toepassen.
C) Wanneer je het gebed verricht is het een voorwaarde voor de geldigheid ervan dat de plek waar je het gebed verricht vrij is van onreinheiden. De Hanafi geleerden leggen uit dat het hier specifiek gaat om de plekken waar je de sajda verricht, dus o.a. waar je je handen en voorhoofd plaatst en waar je staat (met je voeten dus). Zodoende zien we dat al zou er daadwerkelijk onreinheid aanwezig zijn, dan nog hoeft het niet per se invloed op de geldigheid van je gebed te hebben.
Naar mijn mening is het belangrijk om deze punten te vermelden zodat er een duidelijk beeld wordt geschetst. De verplichtingen van het gebed vervallen niet aan de hand van twijfel. De plaats waar je bid is schoon, tot je bewijs hebt dat er onreinheid daadwerkelijk aanwezig is. Zodoende zou hetgeen dat wordt voorgesteld in de vraag niet kunnen. Het gebed zou ongeldig zijn en moet ingehaald worden.
Allahu ‘alem.