Volgens de Hanafi wetschool hebben kleine kinderen geen awrah, met andere woorden, er is geen plek waar het in principe verboden is om naar te kijken. Dit beperken sommige geleerden tot de leeftijd van 4 jaar. Vervolgens worden hun prive gedeeltes (voor en achter, bekend als de grote ‘awrah) als hun
awrah gerekend. Na de leeftijd van 10 wordt er hen de ‘awrah van volwassenen toegerekent.
Een van de grote geleerden, ibn Abideen, geeft aan dat er niet vanaf 10 jaar maar vanaf 7 jaar gerekend dient te worden. Dit omdat kinderen vanaf deze leeftijd aangespoort moeten worden tot het gebed, gebaseerd op de woorden van de Profeet صلى الله عليه و سلم. Dit zijn zaken waar rekening mee gehouden dient te worden. Allahu ‘alem.
Bron: mawsoe’a al fiqhiyya al kuwaitiyya