Imam Zada al-Hanafi merkt in zijn meesterwerk Majmaʿ al-Anhur iets opmerkelijks op:
het handelen in voedsel (tijara) is vanuit islamitisch perspectief niet geliefd.

Dit is geen verbod, maar een ethische aanwijzing.
Voedsel is een basisbehoefte en hoort met zorg, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid behandeld te worden, niet als middel voor pure winstbejag.
De islamitische wetgeving legt grote nadruk op:
- rechtvaardigheid
- balans
- het recht van de ander
- het voorkomen van uitbuiting
Helaas zien we vandaag de dag vaak het tegenovergestelde:
handel die vooral draait om hebzucht en maximale winst, ten koste van mens en gemeenschap.
Deze woorden herinneren ons eraan hoe de islam kijkt naar economie:
niet alleen wat mag, maar vooral wat waardig en rechtvaardig is.
Moge Allah ons voorzien van halal rizq, ons behoeden voor onrecht en ons hart vullen met rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.
Allahu a‘lam.


